Golfvideo alerts Over ons Nieuws Contact

Golf approach verbeteren

Beter naar de green, beter scoren

Goede golfspelers hebben een ‘distance control’ van een paar meter. Als u oplet zullen de slagen naar de green toe van deze spelers heel vaak op de goede afstand liggen: ‘pin high’ zoals we dat noemen. De richting blijkt moeilijker te controleren, rechts of links op de green of zelfs naast de green. Dit heeft niet alleen te maken met controle. Vaak wordt er ook bewust voor gekozen een golfbal naar een bepaalde plaats op de green toe te slaan. Of om een goede putt over te houden of om een moeilijkere situatie te ontwijken.

Er zijn een aantal zaken waar we rekening mee kunnen en dienen te houden.

1. De situatie

Kijk naar de mogelijkheden en niet naar eventuele gevaren: ‘Go signals in plaats van No signals’. Sla niet over een bunker heen maar naar een veilige plek op de green. Dit heeft onder andere te maken met de positie van de vlag ten opzichte van de voorkant van de green.

2. De ligging van de golfbal

Beoordeel de ligging van de golfbal, hou rekening met het weer (wind of regen) en met het feit dat de golfbaan en de green nat of juist droog en dus hard zijn. Een golfbal naar een harde green zal minder snel stil liggen en zal dus een andere stokkeuze vragen. Een bal die vanuit (wat) hoger of dikker gras geslagen wordt zal ook minder snel stil liggen. Belangrijk hierbij is het kennen van de baan waarop u speelt. Voordat u de bal naar de green toe gaat slaan, zal er een duidelijk plaatje in uw hoofd moeten zitten van wat voor slag u gaat slaan. Om deze slag zo optimaal mogelijk uit te voeren is een goede preswing routine van groot belang. Deze routine is een opbouw van uw concentratie om de bal zo goed mogelijk te kunnen slaan.

3. Volle golfswing of comfortabele golfswing?

Een volle golfswing is het makkelijkste te controleren. Zolang het mogelijk is om een golfclub te kiezen waarmee we voor onze slag naar de green toe een volle golfswing kunnen maken is dit dus een goede optie.

Een tweede mogelijkheid is om een comfortabele golfswing te maken, een golfswing die lekker aanvoelt en die we ook controleren. Een comfortabele golfswing is meer ontspannen zodat we meer of beter ons gevoel aan kunnen spreken.

De eerste optie is meer voor de beginnende golfspeler en de tweede optie zal eerder gekozen worden door de golfspeler met een lagere handicap. Een beginnende golfspeler heeft nog minder vertrouwen in zijn of haar techniek en zal dus (om controle te houden) meer gaan sturen tijdens de golfswing. De betere golfspeler heeft op basis van zijn betere techniek de afstanden beter onder controle en kan dus makkelijker een rustige beweging maken.

4. Maak altijd een oefenswing

Een oefenswing is niet om te oefenen, dat doen we op de driving range. Het maken van een oefenswing heeft twee redenen. Op de eerste plaats omdat we na een stuk lopen weer in ons ritme en concentratie moeten komen en op de tweede plaats gebruiken we de oefenswing bij de kortere slagen naar de green toe om te voelen hoe groot de te maken golfswing ongeveer zal moeten zijn. Ik zie veel mensen een hele grote oefenswing maken voor een relatief kleine afstand. Het is voor mij dan ook logisch dat er dan meestal een ingehouden golfslag volgt met alle gevolgen van dien.

5. Check je ‘address-positie’

Het begint met het neerzetten van de golfclub. De onderrand van de golfclub moet haaks op de gewenste speelrichting staan. Vervolgens zetten we de voeten evenwijdig aan de bal-doellijn. Daarna gaan we de golfclub vastpakken. Zorg ervoor dat een balans in de golfgrip ontstaat en dat die tijdens de golfswing bewaard blijft.

Wat van belang is bij de slagen naar de green toe, is het controleren van de positie van de bal in de stand. Basis is dat de bal bij een minder volle swing in het midden tussen de voeten ligt. Experimenteer samen met uw professional of u het prettiger vindt de bal wat meer naar voren of juist naar achter in uw stand te leggen. Dit heeft gevolgen voor de richting, let op dus.

6. Oefen de eindbalans

De balans in de golfhouding zit in de buitenkant van de bovenbenen. Dit is zo vanaf de beginhouding tot aan de eindhouding toe: beginbalans-dynamische balans-eindbalans. Zolang deze balans ‘laag’ blijft, zullen de schouders ontspannen blijven en zal de golfswing goed uitgevoerd kunnen worden. Op het moment dat de handen mee gaan doen, zal er een onbalans ontstaan welke met name in de eindhouding direct voelbaar zal zijn. Een goede eindbalans is geen garantie voor een goed uitgevoerde golfslag maar wel een goede graadmeter. We kunnen aan de eindhouding zien of de golfswing gelijkmatig is geweest. We zien dat of de uitzwaai gelijk is aan de achterzwaai.

7. Golfclub kiezen

Last but not least, het kiezen van de golfclub. Willen we een golfbal laten vliegen of laten rollen? Een hoge bal of juist een lage bal? Wat heeft de voorkeur en wat is verstandig? Naar een hoger gelegen green is rollen vaak verstandig. Als de ruimte tussen het begin van de green en de positie van de vlag groot is, is het laten rollen van de bal een veiligere optie. Voor een golfslag over een hindernis heen, naar een ondiepe green, is een hogere balvlucht weer beter. De keuze voor een golfclub varieert hier tussen een ijzer 7 en een Sand of Lob Wedge.

Nog beter leren golfen? Stel je vraag aan de PGA pro

Aanhef *
Golftips alert

Golfmeester

Willem de Haas is PGA golfprofessional
en streeft ernaar om jouw golfspel leuker te maken en vragen op een duidelijke manier te beantwoorden.

Golfvraag? Gratis golf video's

Leren golfen zoals het hoort
Contact