Golfvideo alerts Over ons Nieuws Contact

Tourspelers nadoen of juist niet?

Wat u wel en niet moet overnemen van tourspelers

Golfers kunnen veel leren van de tour professionals maar er kan door teveel te kopiëren ook het één en ander fout gaan. Kijk dus goed maar neem niet alles klakkeloos over. Dat vind ik ook een tekortkoming van veel boeken en video’s; spelers worden hier (dik) voor betaald, maar laten te vaak zien wat ze zelf doen en dus niet wat de gemiddelde spelers moet doen, buiten beschouwing gelaten of hij/zij het getoonde (fysiek) kan uitvoeren. Daarom noem ik hieronder 6 dingen die u wel of juist niet kunt overnemen van de beste spelers van de wereld.

1. Moet ik 3 of 4 wedges in mijn tas hebben?

Niet doen! Drie of vier wedges zijn alleen voor de goede en geoefende spelers; spelers die ver genoeg slaan om greens in regulation te slaan. Mocht dit niet lukken dan hebben zij de wedges nodig om alsnog in scoringspositie te komen. Wanneer u minder ver slaat, dan heeft u voldoende aan een pitching wedge en een sand wedge. Gebruik de ruimte in uw tas voor een (extra) hybride. Voor u is het van belang om eerder bij de green te zijn. Niet direct om uw bal dichter bij de vlag te slaan want dit kan met de 2 genoemde wedges ook.

2. Moet ik mijn putt’s van de lage kant bekijken?

Ja, maar begin al met het bekijken van de contouren van de green voordat u op de green bent aangekomen. Vanaf 50 meter kunt u heel goed de grote lijnen van een green zien. Pas als u op de green zelf bent, gaat u naar de details kijken. Ga eerst achter de bal staan en loop vervolgens even naar de ‘lage’ kant om een beter zicht op het geheel te krijgen. Als een putt van rechts naar links ‘breakt’ is links dus de lage kant. Bekijk de lijn ook op uw hurken, hoe lager u zit des te meer u ziet. Neem de tijd: kijk goed, neem waar en registreer!

3. Moet ik een bal voor een driver laag opteeën?

Nee, niet doen! Tourspelers teeën een bal laag op om de balvlucht te controleren en om een mogelijke ‘hook’ te vermijden. Voor amateurs is het verstandiger om de bal bij een driver hoog op te teeën voor hogere balvlucht die meer ‘carry’ (dat is waar de bal landt) geeft. Vergeet niet dat tourspelers alles kunnen met een golfbal. Dit is een typisch voorbeeld van niet kopiëren dus.

4. Moet ik weten hoe ver ik moet slaan?

Jazeker! Het beste voorbeeld is als een vlag voor op de green staat of juist achter op dezelfde green. Zeker nu de greens op nieuwere banen (veel) groter zijn gemaakt en veelal ook nog uit meerdere niveau’s bestaan, is het van groot belang dat u exact weet hoe ver u moet gaan slaan. Een green met een lengte van 40 meter is geen uitzondering meer, maar dit kan dus zomaar 3 of 4 stokken schelen. Op de green liggen en een ‘zekere’ 3 of 4 putt onder ogen zien is niet echt op de green liggen. Werk dus aan uw ‘distance control’. Ga daarbij uit van uw optimale slag, als u de bal dan minder raakt zal hij nog steeds op de green liggen.

5. Is een grote plag belangrijk, met name bij uw slag naar de green?

Nee! Op televisie zien we vaak hele repen gras mee vliegen als de spelers een bal van binnen de 100 meter naar de green slaan. Dit heeft met name te maken met de invalshoek waarmee zij de bal slaan. De plag die we zien begint pas nadat de bal geraakt is. Eerst het balcontact dus en dan pas het gras. Als u goed oplet dan ziet u dat niet elke speler dezelfde plag slaat en als het van belang was hadden ze dat heus wel allemaal gedaan. Dit heeft te maken met de swingbaan. Door fysiek en motoriek heeft u van nature een wat steilere of juist een vlakkere swing. U raadt het al; een speler met een vlakke swing zal minder diepe plaggen slaan dan een speler met een steilere swing. Het is dus niet zo dat ze het andersom niet kunnen, maar in 9 van de 10 gevallen raadt ik het mijn leerlingen niet aan. Een goed geslagen bal naar een green heeft spin genoeg om snel stil te liggen of zelfs terug te rollen.

6. Is het verstandig de bal te ‘manoeuvreren’?

Niet doen! Iedereen heeft een natuurlijke balvlucht: recht, van rechts naar links of van links naar rechts. Ook dit heeft te maken met uw swingbaan. Voor het gros van alle golfers is het verstandig hun natuurlijke balvlucht aan te houden. Natuurlijk kunt u als u aan de rechterkant van de fairway wilt slaan (met balvlucht van links naar rechts) aan de rechterkant van de afslagplaats gaan staan en een beetje op links mikken, maar hou het ‘gewoon’ en sla de bal die u het makkelijkst slaat. Hierdoor zult u meer fairway’s vinden en een betere score binnenbrengen.

Veel plezier met kijken, maar doe niet alles zomaar na!

Nog beter leren golfen? Stel je vraag aan de PGA pro

Aanhef *
Golftips alert

Golfmeester

Willem de Haes is PGA golfprofessional
en streeft ernaar om jouw golfspel leuker te maken en vragen op een duidelijke manier te beantwoorden.

Golfvraag? Gratis golf video's

Leren golfen zoals het hoort
Contact